Category: Short stories
Year: 2003

Hits: 272

1972

Vanuit het een na laatste bankje van de middelbare schoolklas keek ik naar Jolijn. Mijmerde over haar zacht golvende, kastanjebruine haren, haar lieve stem en het mooie meisjesfiguur. Een perfect gezicht: open, vrolijk en altijd vol enthousiasme. Steeds een lach die kuiltjes in haar wangen toverde en sprekende, glinsterende en bodemloos blauwe ogen. Stilletjes verliefd? Ik? Ja, waarschijnlijk wel. Maar illusies maakte ik me niet. Ik ben 'maar' Frits of misschien echt wel Fritsje, zoals iedereen mij noemde. Tja, klein van stuk, een brilletje en eigenlijk een heel onopvallend persoontje. O ja, de jeugdpuistjes, die waren wel opvallend. Dat wel ja, helaas. Door de chronische bronchites ook niet al te best in sport. Dus ga er maar aan staan, in die harde wereld van de HAVO, begin jaren zeventig. Nee populair was ik zeker niet. Meestal zag men mij niet eens staan, was onzichtbaar! Hooguit als er een object nodig was om te pesten, te treiteren, te kwellen of om als zondebok te gebruiken. De kans dat ik het hart zou winnen van de mooie Jolijn was dan ook nihil. En ik was daar maar al te goed van doordrongen. Bovendien, Jolijn zag ik steeds vaker bij Lucas. Lucas moet je weten, dat was een beer van een jongen. Twee keer blijven zitten dus wat ouder, zo breed als een linnenkast, armen als een vorkheftruck en nummer 1 waar het ging om sport. Alle soorten van sport wel te verstaan. Maar vooral voetbal. En zelfs de wat ielige leraar natuurkunde was doodsbang voor die reus. Kun je nagaan! Wat mankeert vrouwen, dat ze zich zo aangetrokken voelen tot die bullebakken? Of wat hebben bullebakken, kun je je ook afvragen. Geeft het vrouwen soms een gevoel van veiligheid, om in hun nabijheid te verkeren? Bodyguard-syndroom, denk ik af en toe wel eens. Oerinstinct volgens Darwin? Voortzetting van de mensheid vereist krachtige figuren, de zwakken redden het toch niet. Het zal wel...

Na school fietste ik in mijn eentje huiswaarts, in gedachten nog bij Jolijn. Dromen kon ik tenslotte, dat was mijn eigen veilige wereldje. Het rijwielpad lag nu, hartje winter, in de schemering, vooral in het stuk bos waar ik door moest om thuis te komen in het nabijgelegen dorp. Ergens rechts klonk er een vreselijke gil. Mijn handen omklemden nerveus het stuur en mijn voeten trapten op de rem. Toegegeven, ik was behoorlijk bang. De nieuwsgierigheid overwon. Misschien was het ook wel onvervalste naïviteit, wie weet. Uit het bos kwam Jolijn tevoorschijn. Tranen onder haar angstige ogen, zonder jas en een grote scheur in haar blauwe blouse. Ook zag ik twee bloedende krassen op een rode wang. Vaag drong tot me door dat ze haar linker pols angstvallig vasthield met haar rechter hand. Ze klappertandde, maar haar ogen gaven geen uiting aan het feit of zij zich van de kou bewust was. Haar ogen waren zo leeg, zo donker en zo in en in triest. Ze deden me even denken aan het weiland aan de Maas, dat elk jaar bij hoog water onderliep. Als het water dan weer de rivierbedding opzocht, dan was alles vuil, zwart en platgeslagen. Waarom juist dat verband met het weiland leggen bij het zien van haar ogen? Geen idee waarom en tegelijk flitste door mijn hoofd: "Ongeluk gehad zeker."

"Hee Jolijn, wat is er?" Ze bleef staan, keek me aan, maar sprak geen woord. Ze leek, nee was écht in shock of zo. Ik trok mijn jas uit en wilde die over haar schouders hangen. Ze zag er zo kwetsbaar uit, zo rillend van de kou en zo piepklein van ellende. Als door een wesp gestoken trok ze terug, keek daarna naar mij met ogen als van een zombie. Kennelijk zag ze geen gevaar in mij en kortaf griste zij nu zelf de winterjas uit mijn verkleumde vingers. "Kom maar achterop mijn fiets, dan breng ik je thuis," zei ik. Het was zwaar trappen, tegen de snijdend koude wind in, met haar achterop. Het fietsen hield me wel een klein beetje warm en Jolijn zweeg. Bij haar huis stapte ze af en liep met schokkende schouders het tuinpad op, mijn jas nog om haar schouders. Dat was het laatste wat ik van haar zag. Ze verscheen niet meer in de klas en de leraren zeiden er niets over. Eén keer hoorde ik in de kantine Lucas opscheppen hoe hij 'het' had gedaan met Jolijn. Dat hij zo goed was en die preutse trut, Jolijn, zo ondankbaar en stom.

 
1998

De rekening voor de grote servicebeurt van mijn Volkswagen viel me mee en ik kon de nota direct betalen. Toch kreeg ik een aanmaning met de post. Dan maar even langs de garage, dacht ik. Dat werkt altijd beter als bellen.

In de garage trof ik een aardige dame achter de balie. Ik liet haar de nota zien en ook het bankafschrift, waarmee ik kon aantonen dat de rekening keurig was voldaan. Ze glimlachte onecht maar professioneel vanachter trieste ogen. Ze tikte wat in op het toetsenbord van haar computer en maakte excuses voor de gemaakte fout. Ze zou gelijk zorgen dat er geen verdere betalingsherinneringen kwamen. "Dank u wel mevrouw," zei ik, kijkend naar het naamplaatje op haar borst. 'Jolijn' stond er in zwarte reliëfletters op wit plastic. Wacht eens... Jolijn? En ja, nu drong het pas tot mij door. Dat was Jolijn van de middelbare school. "Ben jij die eehhh... Jolijn van de HAVO hier in de stad? Begin jaren zeventig ergens?"

"Ja Fritsje, ik ben het. Ik zag het gelijk dat jij het was, maar ja, ik had ook je achternaam op de factuur erbij, hè."

"Goh, Jolijn… Eehh, hoe is het met jou? Alles goed? Dat is een lange tijd geleden, zeg."

"Ach ja, lange tijd. Het eh, gaat wel, hé…"

"Kom op Jolijn, zo’n mooie vrouw als jij… Dan klinkt dat 'gaat wel' van jou niet overtuigend. Zeg eens, hoe gaat het echt?"

"O, laat maar zitten, Frits. Gewoon, niks bijzonders hoor." Maar ik zag de trilling in haar bovenlip, zag de traan opwellen in haar linkerooghoek. Vreemde make-up trouwens. Erg dik opgebracht en dat had zij toch niet nodig. Of was het een restant van een blauw oog misschien?

"Het is bijna twaalf uur. Heb je middagpauze? Gaan we samen een kop koffie pakken hiernaast," nodigde ik haar uit. Waar ik het lef vandaan haalde om haar te vragen weet ik tot op de dag van vandaag niet.

"Nou ik weet niet...," aarzelde ze. "Ach, wel ja. Ga maar vast, ik kom zo."

Tien minuten later stapte Jolijn de lunchroom binnen. Haar ogen waren rood, maar de traan was weggewist en haar make-up weer keurig op orde.

Ze nam plaats tegenover mij en deed melk in haar kopje. Het suikerzakje plaatste ze ongebruikt in de asbak. Ze roerde en staarde daarbij wezenloos naar de lichtbruine draaikolk. Het gaf mij de kans om haar in mij op te nemen. Nee, niet zoals vrouwen denken om haar met mijn ogen uit te kleden. Alhoewel, als je iemand probeert te 'lezen' op karakter, op geschiedenis, dan is dat natuurlijk ook een beetje uitkleden. Maar toch anders, niet fysiek maar psychisch. Ze had een groot litteken op haar wang, iets wat ik me niet herinnerde van vroeger. Wat ik me wel herinnerde waren die blauwe ogen. Herinnerde die mij zoals op die winterdag. Niet de glinsterende, sprankelende en levendige ogen van daarvoor, maar die dode, ijskoude blik.

Ineens keek Jolijn op. "Wat kijk je? Is er iets? Waar zit jij aan te denken, Frits?"

"Weet je wat ik me afvraag? Waarom ging je nu met me mee? Voor de koffie?"

"Nee, niet voor de koffie. Waarom wel? Misschien wel voor die jas. Die heb ik je nooit teruggegeven, hé? Wie weet, misschien ging ik mee om de koffie te betalen. Om iets voor je terug te doen. Om dank je wel te zeggen. Voor toen." Ze snoof zacht, zonder verkouden te zijn.

Toen pas hoorde ik haar verhaal. Over haar en over Lucas, over die winterdag in 1972. Lucas wilde zoenen, Jolijn eigenlijk liever niet. Ze was er nog niet aan toe. Maar ja, Lucas drong zo aan. Een klein beetje spannend was het wel. En de andere meiden in de klas schepten ook zo op over hun eerste seksuele ervaringen. En tegen Lucas kon ze toch geen 'nee' zeggen? Lucas was immers de bink van de klas. Zelfs de meest felbegeerde jongen van de hele school. Dus spraken ze af, na school in het bos.

"Ik dacht, een zoen kan geen kwaad. Ik was wel bang toen Lucas... met zijn tong tussen mijn lippen drong. Ik sloot mijn ogen maar en liet hem begaan. Nog zo onervaren toen... Toen zijn handen. Ik wilde niet, hij drong aan, ik...," sprak ze fluisterend, op een toon alsof het gisteren pas gebeurd was en het nog vers in haar geheugen zat. "Zijn hand ging onder mijn rokje en toen stribbelde ik tegen. Hij sloeg. Ik viel. Voor ik het wist lag hij op me en trok aan mijn jas en blouse. Hij... Nadat het voorbij was gilde ik en daar schrok hij van. Ik zag kans... holde hard weg, zo snel als ik kon. En daar stond jij, met je fiets. De rest weet je."

"Oh Jolijn, dat is vreselijk! Ik heb nooit geweten wat er precies in dat bos is voorgevallen, maar dit is werkelijk verschrikkelijk!" Ik was oprecht ontdaan en voelde de machteloze woede opwellen, ook al was het voorval zo lang geleden.

"En dat was nog niet het ergste," zei Jolijn schijnbaar nuchter, maar haar kapotgeslagen emotie klonk onverbiddelijk en overduidelijk door. Een diepe zucht leek te bevestigen dat ze het hele verhaal kwijt wilde. "Thuis aangekomen was ik ten einde raad. Ik huilde en huilde en vertelde mijn ouders moeizaam het verhaal. Mijn vader sloeg me daarop hard in het gezicht en noemde mij slet en vuile hoer. Nog nooit hoopte ik zo op een arm om mij heen, een schouder om op uit te huilen. Maar mijn moeder huilde, alsof haar bezit was beschadigd, dat het háár pijn was, alsof het haar persoonlijk was aangedaan. Voor mijn pijn, mijn angst, mijn woede en verdriet, daar was geen plaats voor."

"Jullie zijn toch wel naar de politie gegaan," vroeg ik onnozel, maar ze schudde van nee.

"Nee, van politie inschakelen kon geen sprake zijn. Mijn vader schaamde zich voor mij en wat ik de familie had 'aangedaan'. Radeloos als hij was bekoelde hij zijn woede op mijn moeder, omdat ze hysterisch zat te janken. Zelf ben ik naar boven gegaan, heb ze ruziënd achtergelaten en ben onder de douche gaan staan, voor het eerst van mijn leven met de deur van de badkamer op slot. Hoelang? Misschien wel uren, jankend, troost zoekend in het lauwe water. Wilde alles van me afspoelen."

Stil staarde ik haar aan. Wat moest ik zeggen? Wat kon ik zeggen?

"Na een paar maanden... Na een paar maanden dacht ik dikker te worden. Was dus zwanger van Lucas. Op een dag kon ik het niet meer verbergen en was het huis weer eens te klein. Mijn ouders gingen praten met de ouders van Lucas. Om de families de schande te besparen, spraken ze af dat we maar, hoe jong we ook nog waren, moesten trouwen. Ik liet het gebeuren, was als een toeschouwer. Voor ik het wist waren we gehuwd, woonden we samen in een flatje dat onze ouders hadden geregeld. Ik haatte Lucas en van liefde bij hem voor mij was ook geen sprake. O, hij deed zijn best en probeerde vaak een baan te vinden en soms probeerde hij zelfs om die zeldzame baan die hij kreeg te houden, wat nooit lukte... De hoeken van de kamers heb ik regelmatig gezien, soms zo erg... Misschien kwam daardoor ook wel ons kindje... uiteindelijk dood ter wereld."

"Ik hoop toch dat je die klootzak uiteindelijk wel hebt aangegeven en dat je nu veilig van hem af bent," vroeg ik met een stelligheid die geen ruimte liet voor een ander antwoord.

"Ach ja, weet je, het is wel mijn man, hé." Ze haalde haar schouders op en zuchte nog eens diep. "Hoe is het eigenlijk met jou, Frits? Net in het pak, mooie auto… gaat niet slecht met je, geloof ik. Wie had dat gedacht van Fritsje?"

"Mag niet klagen, Jolijn. Zeker niet als ik jouw verhaal hoor."

"Wat is jouw geheim, Frits. Wat maakt jou gelukkig?" Ze vroeg het met een ongekende intensiteit, gretigheid haast. Even kwam die oude glans terug in haar ogen.

"Wat zal ik zeggen, Jolijn. Ja, ik heb geluk gevonden. Niet zo maar ineens, let wel. Daar was heel wat voor nodig, tot en met een hopeloze therapie aan toe."

"Jij, in therapie? Nee, dat geloof ik niet. Waarom dan toch, joh?"

Verlegen keek ik om me heen en zag dat de meeste gasten waren vertrokken. Ik wenkte de serveerster voor een nieuwe ronde koffie en verzamelde moed voor mijn bekentenis.

"Lucas slaat je nog steeds, hé? Ik heb ook iemand die me slaat..."

Ze keek me vol ongeloof aan, ontzet, compleet verrast door mijn woorden. "Jij?"

Een domme grijns en misschien wel een trotse blik van mij en dan: "Maar bij mij is het vrijwillig!"

"Wacht even. Ik kan je even niet volgen, Frits. Laat jij je vrijwillig slaan? Dat doet toch niemand voor z’n plezier?"

"Ik wel. SM. Tis gewoon lekker. Het heft bij mij alle spanningen en stress op en het geeft mij energie. En de overgave is zó intiem. Zonder SM is mijn leven ondraaglijk, niet de moeite waard."

"Jij bent gek! SM? Zweepjes en zo en van die leren pakjes? Bedoel je dat?" Nu was het haar beurt om schichtig rond te kijken. Haar woorden waren iets harder gesproken in de emotie van dat moment, harder dan haar bedoeling was.

Lachend zei ik: "SM is veel meer dan alleen zweepjes en leren pakken. Dat is een lang verhaal. Ik wil het je graag een keer vertellen en proberen uit te leggen." Even zweeg ik om de serveerster de gelegenheid te geven de nieuwe koffie te serveren. "Misschien een andere keer? Kan ik je nog eens zien?"

 
2003

Soms lees of hoor ik berichten en verhalen over verkrachting en huiselijk geweld, die het verleden laten herleven. En ik denk dan aan Jolijn. Haar heb ik na die ene middagpauze niet meer gezien, ook niet in de garage. Ze werkt er niet meer. De chef van de werkplaats mompelde laatst iets over een akkefietje met haar man. Een ingeslagen raam van de showroom en drie verdwenen auto's. Jolijn is ontslagen en haar man, Lucas, zit in de gevangenis.