Category: Poetry
Year: 2014

Hits: 585

Geknield hou ik mij stevig aan U vast, MIJN Meester, die mij als ZIJN trouwe slaaf erkent!
Eén hand in Uw krachtige knieholte zit als gegoten in Uw onwankelbare, rotsvaste fundament.
Mijn andere hand vol van vertrouwen op Uw halfronde vlees, zachte glooiing van pracht en macht.
Eén vingertop raakt steels en vederlicht Uw donkere roos: speelt er plagend mee, zijdezacht.

Uw gulle lans steekt tussen mijn smachtende, rondgetuite lippen;
Uw stoot! Heen en weer, wil Hem mij ditmaal niet laten ontglippen!
Ik lik, vol van plichtsbesef, tóch voorzichtig, onbetamelijk teder.
“Sneller, slavensnol!” en U kijkt streng op Uw slaafje neder.

Ik zuig, hunkerend als nooit tevoren, intens gelukkig met dit volmondig pretje.
Ik hoor Uw hoopvol-hijgende fluistering: “Harder, mijn kleine pijpsletje…”
Uw handen! Strak om mijn ijverig knikkende, kale kuttekop geslagen,
Regisseren meedogenloos ons ruig-ritmisch seksballet zonder klagen.

Mijn vingertoppen en muil voelen tegelijk Uw ruwe, opgewonden en onbeteugelde gloed,
Uw bevingen! Voorbodes van wat komen gaat: een ongekende en opzwepende overvloed.
De eikel, hard als staal, boort genadeloos diep in mijn gulzige strottenhoofd.
Ik ervaar ook nog – zo opwekkend – Uw lustvolle kreunen, zoals mij beloofd.

Dan toch plots het gerieflijke, het hartgrondige en het geile gegrom.
Zachtjes eerst, aanwakkerend, dan diep dreunend als een grote trom.
En dan… Genot! Van U of van mij? Dat is óns echter om het even…
Uw warme, zout-zilte zaad overspoelt immers mijn dorstige leven!

“Slaaf, is dit voor mij je onophoudelijke, eeuwige lof?
Waarachtig, een intiem moment zonder einde, of…?”
Jawel, mijn Heer en Meester! Maar ook slechts ons eerste, liefdevolle gevrij,
Van Uw ware Meesterschap met mijn nederige, terecht-geknechte slavensletterij.

Vorm mij, als de oneindig ervaren dominant die U bent, van Uw rol en Uw recht totaal overtuigd,
Een smid! Hij die met respect ZIJN roodgloeiende  ijzer brandt, slaat, strekt, dompelt en buigt.
En als het U blieft, mijn Meester,  maak mij – in U dienen – méér wijs en vaardig,
Of ik ben Uw goedhartige aandacht simpelweg nooit en te nimmer meer waardig!